Armoedebestrijding

Met mijn armoedebestrijdingsbeleid wil ik de zelfredzaamheid van mensen maximaal stimuleren. Dit betekent dat iedereen de kans moet krijgen om volwaardig te kunnen participeren in onze samenleving. Het hebben van een inkomen uit arbeid biedt daarbij de beste garantie tegen armoede. Het gaat dus over een gedeelde verantwoordelijkheid: de overheid ondersteunt mensen die nood hebben aan hulp, zonder daarbij de plichten van eenieder uit het oog te verliezen. Verder is het belangrijk om preventief tewerk te gaan, om te voorkomen dat mensen in armoede terecht komen. Mijn focus ligt hier op het bestrijden van armoede bij gezinnen met jonge kinderen, om zo generatiearmoede te kunnen doorbreken.

 

Coördinerende rol

Armoedebestrijding is een coördinerende bevoegdheid. Aangezien armoede een complex probleem is dat op tal van domeinen maatregelen vergt, dient elke minister in de Vlaamse Regering zijn of haar verantwoordelijkheid hier op te nemen. Het hele Vlaamse armoedebestrijdingsbeleid met acties van de volledige Vlaamse regering is terug te vinden in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding 2015-2019 (VAPA).

Daarbij willen we vooral inzetten op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van armoede.  Concreet betekent dit dat we volop werk moeten maken van inburgering, activering en scholing om armoede te bestrijden. Want wat stellen we vast:

  •  - Op basis van de recentste cijfers van K&G stellen we vast dat van de kansarme geboorten er 65,1% bij moeders met een niet-Belgische origine waren. In 2014 was dat 64,1%. Uit de cijfers van EU-SILC [VJ4] blijkt   dat personen geboren buiten de EU een verhoogd armoederisico kennen (39% t.a.v. 8% personen geboren binnen EU
  •  - Werklozen kennen een verhoogd armoederisico (38% t.a.v. 3% werkenden). Gezinnen met een zeer lage werkintensiteit kennen een verhoogd armoederisico (54% t.a.v. 2% gezinnen met een zeer hoge werkintensiteit).
  •  - Laaggeschoolden kennen een verhoogd armoederisico (21% t.a.v. 4% hooggeschoolden)

We hebben op dit vlak dan ook een aantal belangrijke zaken aangepakt en verwezenlijkt.

Samen met mijn collega minister bevoegd voor Werk hebben we diverse maatregelen genomen om kwetsbare personen aan het werk te krijgen. Zo wordt vanuit VDAB versterkt ingezet op activering (sluitend maatpak VDAB, aanwervingsincentives voor langdurig werklozen, wijkwerken etc). In sociale economie [VJ7] investeerde ik afgelopen jaren sterk waardoor er bijna 2.000 doelgroepwerknemers tewerkgesteld kunnen worden. En met succes! Eind februari 2015 telde Vlaanderen nog 237.201 werkzoekenden. In februari 2019 is dit gedaald naar 188.805 personen. [VJ8]

Ik heb ook versterkt ingezet op inburgering. De vrijgemaakte budgetten illustreren dit: 75 984 000 in 2018 t.o.v. 52 241 000 in 2010. Daarbij is inburgering op maat heel belangrijk.

Daarnaast heb ik in mijn bevoegdheid Wonen ook tal van maatregelen genomen om de leefsituatie van personen in armoede te verbeteren (zoals recordinvesteringen in de bouw en renovatie van sociale woningen). Ook de hervorming van de kinderbijslag, de uitbreiding van kinderopvangplaatsen, inkanteling van OCMW in het lokale bestuur of het Vlaams energiearmoedeplan, de hervorming van het volwassenenonderwijs om nog meer en beter kwetsbare personen te bereiken en op te leiden zijn belangrijke verwezenlijkingen in het kader van armoedebestrijding.

Er werden dus heel wat ingrijpende en structurele maatregelen genomen om armoede te bestrijden. In Vlaanderen doen we het dan ook goed in vergelijking met België en de regio’s en Europa. Op basis van de recentste EU-SILC enquête van 2017 zien we dat het aandeel personen die een risico op armoede of sociale uitsluiting lopen in Vlaanderen 13,5% is. Dat is de laagste notering sinds 2004! Voor België bedraagt dit aandeel 20,3%, voor Wallonië 26,6% en Brussel 38,7%. In Europees perspectief scoren we zeer goed met een 2de plaats.

 

Stimulansen bieden door innoverende projecten en onderzoeken

Als minister bevoegd voor het armoedebestrijdingsbeleid heb ik een jaarlijks budget ter beschikking van ong. 2,5 miljoen euro om stimulansen te bieden in het armoedebestrijdingsbeleid. Een belangrijk instrument daarvoor is het opzetten van innoverende projecten. Indien deze na evaluatie succesvol blijken, is het de bedoeling dat ze structureel worden verdergezet.

Afgelopen jaren heb ik enkele grote projectoproepen gelanceerd. Daarbij stelde ik telkens een aantal principes voorop. De projecten moeten integraal werken (dus waarvoor een ruimere samenwerking van diverse actoren nodig is), rechtstreeks personen in armoede betrekken, inzetten op preventie en zelfredzaamheid van personen in armoede en nagaan hoe de projecten structureel ingebed kunnen worden. De projecten worden steeds begeleid en opgevolgd vanuit de Vlaamse overheid. Dit moet ons toelaten om te leren van de experimenten en de resultaten breder te verspreiden.

 

Hierbij een overzicht van de opgestarte projecten:

1) Preventie van uithuiszettingen

Met deze proefprojecten werden methodieken ter preventie van uithuiszettingen op de private huurmarkt uitgetest. Deze werden na afloop structureel ingebed in de werking van de CAW’s.

 

2) Gezonde voeding - 1-euro-maaltijden

Met deze projecten wordt geëxperimenteerd om goedkope gezonde maaltijden aan te bieden aan kinderen in armoede gekoppeld aan een integrale gezinsondersteuning. Het aanbieden van een gezonde en goedkope maaltijd wordt hierbij aangegrepen als middel om gezinnen in armoede te bereiken en om hen gezinsondersteuning te bieden. Diverse gemeenten zetten deze 1-euromaaltijden intussen zelf verder als onderdeel van hun armoedebestrijdingsbeleid.

 

3) Vrijetijdsparticipatie

Het doel van deze projecten is om kinderen en jongeren in armoede te stimuleren om deel te nemen aan sport- of jeugdactiviteiten. Het is immers heel belangrijk dat jongeren de kans krijgen om deel te nemen aan een vrijetijdsbesteding. Het komt hun persoonlijke en sociale ontwikkeling en weerbaarheid ten goede.

 

4) Preventieve gezinsondersteuning

Deze projecten bouwen netwerken uit met verschillende actoren (zoals het OCMW, CAW, Samenlevingsopbouw, politie, scholen, kinderopvang,…) om samen een integrale ondersteuning aan te bieden aan jonge gezinnen om hen zelfredzaam te maken. Dit kan gaan om tewerkstellingsinitiatieven, kinderopvang, ontmoeting, vrije tijd,… waarbij er specifiek wordt ingezet op een goede leefomgeving voor de kinderen.

De begeleide gezinnen worden hierbij ondersteund in alle domeinen waar er een nood bestaat.

 

5) Outreachend werken t.a.v. gezinnen met een (zeer) lage werkintensiteit

Deze projecten leveren inspanningen om zelf op de doelgroep af te stappen, de werkintensiteit te verhogen én integrale gezinsondersteuning aan te bieden (bv. werken aan de randvoorwaarden opdat de werkintensiteit verhoogd kan worden door bv. oplossingen te zoeken voor vervoersproblemen, huisvestingsproblemen, etc.).

 

6) Sociale distributieplatformen van overschotten

Deze subsidie moet toelaten dat er per provincie een sociaal distributieplatform is die overschotten (voedsel en niet-voeding) inzamelt en verdeelt naar sociale organisaties (bv. sociaal restaurant, sociale kruidenier etc) en zo tot bij mensen in armoede brengt. Daarbij worden er ook tewerkstellingskansen gecreëerd voor personen die moeilijk aan een job geraken. Ze worden er opgeleid en krijgen de kans om werkervaring op te doen (bv. als logistiek medewerker).

 

7) Netwerkversterking voor mensen in armoede

Met deze projecten wordt er aan mensen in armoede een buddy gekoppeld om zo hun informele netwerk te versterken. Het hebben van een voldoende groot netwerk is immers belangrijk voor een positief welbevinden en psychologische draagkracht.

 

Daarnaast heb ik ook projecten gesteund om digitale vaardigheden van personen in armoede aan te scherpen, ervaringsdeskundigen in armoede te kunnen betrekken bij het beleid, aanstaande kwetsbare gezinnen te begeleiden in de perinatale periode,…

Naast experimentele projecten is wetenschappelijk onderzoek ook een belangrijke hefboom om het armoedebestrijdingsbeleid te inspireren en te onderbouwen. Voorbeelden:

  • Onderzoek naar netwerken van personen in armoede, dat dan aan de basis lag voor de projectoproep inzake netwerkversterking.
  • Onderzoek naar hoe de lokale besturen een daadkrachtig lokaal armoedebestrijdingsbeleid kunnen voeren. Het lokale bestuur is een belangrijke actor in het mee bestrijden van armoede. Zij hebben immers het beste zicht op de lokale noden. Dit onderzoek heeft mijn ondersteuningsaanbod naar de lokale besturen dan ook verder vormgegeven.

 

 

Klik hier voor de volledige beleidsnota Armoedebestrijding. 

Nieuws over dit onderwerp

Minister Homans ondersteunt 15 projecten in Vlaanderen en Brussel die zich richten naar zeer kwetsbare gezinnen

Vlaams minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) ondersteunt 15 projecten die zich specifiek richten naar kwetsbare gezinnen waarvan de ouders weinig of niet werken. Deze projecten …

Minister Homans weerlegt kritiek op 1 euro-maaltijden

Vlaams minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) is verbaasd over het voorbarige rapport van het Kinderrechtencommissariaat over de ‘1 euro-maaltijden’. “Ik heb nooit beweerd dat de 1 …

Minister Homans investeert in buddy’s om mensen uit armoede te helpen

Vlaams minister van Armoedebestrijding Liesbeth Homans (N-VA) ondersteunt de vzw ArmenTeKort (ATK) uit Antwerpen met een subsidie van 195.000 euro. Dit buddy project wil de eigenwaarde en het netwerk …