» Levenslang recht op sociaal wonen?

Levenslang recht op sociaal wonen?

klok 24 januari 2011

Als je weet dat er vandaag meer dan 60.000 mensen op een sociale woning wachten, lijkt het antwoord eenvoudig te zijn. Want uiteraard zijn onze sociale woningen er in de eerste plaats voor zij die ze nodig hebben en niet voor ‘grootverdieners’. Mensen met een bescheiden inkomen dus (al lijken de huidige inkomstengrenzen me iets te bescheiden om een goede sociale mix te realiseren én de maatschappijen een gezonde financiële basis te garanderen), die geen eigen woning bezitten en die zich -maar dat geldt voor alle bewoners- naast het rechtenverhaal ook in het plichtenverhaal inschrijven.

Wie het geluk heeft zich na enkele jaren financieel op te werken, mag hiervoor echter niet gestraft worden. Je kunt onmogelijk het gezin waarbij bijvoorbeeld de vrouw des huizes opnieuw voor de arbeidsmarkt kiest, van vandaag op morgen de deur wijzen omdat hun loonbriefje er plots iets rooskleuriger uitziet. Mensen kan je nu eenmaal niet zomaar van vandaag op morgen ‘verplanten’. Daarnaast betekent een hoger inkomen ook een hogere huurprijs voor de shm en wie financieel gezond is, kan ook op andere vlakken een stabiele factor zijn.

Wel moeten we ervoor zorgen dat wie de uiteindelijke stap naar een koopwoning kan zetten, dit zoveel mogelijk doet. Want uitstroom zorgt uiteraard voor instroom. Voldoende sociale koopwoningen en leningen en mensen sneller de kans geven hun sociale huurwoning te laten kopen, zijn hiervoor enkele stimuli. Ook zo los je het waarschijnlijk in de tijd beperkte fenomeen van ‘meerverdieners’ in sociale woningen op, al vermoed ik dat de meesten onder hen als ze de kans krijgen zelf overstappen naar de private huurmarkt of een eigen woning verwerven.

Want als je ziet hoe de Gewestelijke sociale correctie -het middel om de financiering van de shm’s sluitend te maken- stilaan uit zijn voegen barst, lijkt me het aantal ‘scheefwoners’ (de Nederlandse omschrijving voor de midden- en hoge inkomens in goedkope huurwoningen) in Vlaanderen eerder beperkt. Net zoals in Nederland zelf trouwens, waar men deze groep zo’n 4% toedicht.

Het probleem van grootverdieners in sociale woningen lijkt zich dus niet te stellen, wat niet wil zeggen dat iedereen tot z’n laatste adem in een sociale woning moet kunnen blijven. Als parlementslid bijvoorbeeld zou het onfatsoenlijk zijn moest ik beroep doen op een levenslang recht op sociaal wonen. Maar zoals eerder gezegd, de baksteen in de Vlaamse maag zorgt er meestal voor dat wie kan, de stap naar eigendom ook zet.

Tot slot nog even dit: recht of geen recht, het zou wel zo moeten zijn dat iedereen z’n leven lang zou willen blijven wonen in zijn of haar sociale woning, maar dat is weer een ander verhaal…

 (Deze bijdrage verscheen in het winternummer 2010 van Woonwoord, het vakblad voor sociaal wonen van de VMSW).

 

Auteur(s):
Liesbeth Homans, Vlaams volksvertegenwoordiger

Thema('s):
Wonen
Print Share/Bookmark