Laten we elkaar geen Liesbeth noemen
Laten we elkaar geen Liesbeth noemen
Vorige zaterdag, rond een uur of 11 ('s morgens!), zat ik diep weggezakt in een comfortabele cinemastoel van de film Los te genieten. Enigszins vermoeid - de avond voordien net iets te lang doorgebracht in het gezelschap van enkele flessen Trio Concha y Toro en een handvol sympathisanten die voor mij een tandje willen bijsteken tijdens de komende campagneperiode - werd ik door de aanwezige regisseur, de immer charmante Jan Verheyen, bij de les gehouden.
De N-VA had deze Vlaamse prent namelijk gekozen als inleiding op haar nieuwe actieplan omtrent inburgering en Vlaams burgerschap. We zijn daarmee zowat de enige partij die én de problemen die de multiculturele maatschappij met zich meebrengt fris van de lever durft benoemen én hierop een concreet en realistisch antwoord te bieden heeft. Nodig, want zeker wie in een stedelijke omgeving vertoeft, merkt dat het samenleven van Karen, Ergün, Fatima, Ratko, Judith en Pedro niet altijd even harmonieus verloopt. De éne vindt een schaap slachten nu eenmaal niet koosjer en de andere ziet in zijn drie Albanese buren al snel een portiersbende.
Trouwens, waarom de traditionele partijen het multiculturele vraagstuk nog steeds doodzwijgen, blijft voor mij een raadsel. Of durven ze misschien niet, omwille van mogelijk electoraal verlies? Enfin, de N-VA durft de zaken wel scherp stellen zonder te vervallen in 'eigen volk eerst'-gebrabbel. Zo maakten we onlangs met een scherpe interpellatie in Antwerpen een einde aan de praktijk waarbij het Marokkaanse consulaat aan de dienst bevolking een lijst voorlegde met Arabische voornamen. Marokkaanse Antwerpenaren werden dan aangespoord uit deze lijst te kiezen. Zij noemden elkaar alvast geen Liesbeth.
Maar ook in de rest van Vlaanderen drukte onze partij haar stempel op het Vlaamse inburgeringsbeleid zoals het nu door de Vlaamse regering wordt uitgevoerd. Met succes, maar alles kan beter. Wat had u anders gedacht. Zo mag de inburgeringsplicht niet vrijblijvend zijn, maar een dwingend karakter krijgen. En wie een inburgeringsattest bekomt, zou dit bij een sollicitatie ten gelde moeten kunnen maken. Daarnaast moet er ingeburgerd kunnen worden in het land van herkomst. En mag de kennis van het Nederlands als voorwaarde voor bepaalde sociale voorzieningen gelden? Wij denken van wel.
Dat dit gesmaakt wordt, wist me deze week een Antwerpse Indiër in de frut te vertellen: "Ik voel me alleszins een echte Vlaming. Zelfs eentje met sympathie voor de N-VA, die met hun stabilisatiebeleid het meest geloofwaardig zijn." Dat doet deugd, en bewijst dat problemen benoemen nodig is.
Laten we elkaar alsjeblief dus geen Liesbeth meer noemen. Tenzij misschien nog één keer: op 7 juni. Tot dan!